Een loonwerker met toegevoegde waarde

  • 21 september 2017

We gingen op bezoek bij het loonwerkbedrijf van Werner Van Laethem in Gooik. Werner combineert loonwerk met een receptie van granen en verkoop van meststoffen. Hij beschikt ook over een mestopslag en een opslag van digestaat-effluent, afkomstig van een bio-vergistingsbedrijf uit Halle. Dit product is een interessante potas-meststof voor aardappelen en suikerbieten. Maar het uitzonderlijke aan loonwerker Van Laethem is dat hij ook adviezen geeft voor bodem en bemesting.

Bemesten op basis van advies

De bedrijfsfilosofie van Werner t.o.v. zijn klanten is ‘De basis van een correcte bemesting is weten en om te weten moet je meten’. Drie zaken moet je kennen voor een juiste en oordeelkundige bemesting:

  1. Wat is de rijkheid van je grond aan nutriënten, organische stof en pH?
  2. Wat is de behoefte van de teelt?
  3. Wat is de samenstelling van de gegeven organische meststof?

Een andere stelling van Werner is: ‘Gierigheid bedriegt de wijsheid’. Inderdaad door te besparen op kalk, organische stof en door verder te werken met een ongunstige pH boet men in op opbrengst. De grond bedriegt men immers niet. Een manke zal geen koers winnen.

Kennis van de mestinhoud

Het was al lang een ergerlijk punt voor Werner dat de aangevoerde mest zo veranderlijk kon zijn en zo sterk kon afwijken van de forfaitaire inhouden die aangeduid zijn op de mestafzetdocumenten. Vaak was het uitzicht de enige aanwijzing om de kwaliteit van de mest te evalueren: dik of dun, waterig. Mest bij het begin van de mestput kan hemelswijd verschillen van de mest aan het einde van de mestput. Elke landbouwer wenst dat er genoeg mest (nutriënten) wordt gegeven en bijgevolg voelt menige onder hen zich verplicht om nog een extra kunstmestgift toe te voegen, daar waar dit misschien niet nodig is.

Hulp vanuit de sector van de landbouwmachines: de NIR-sensor

Een juiste kennis van de mest is dus onontbeerlijk en dat besefte Werner maar al te goed. Hij was dan ook zeer enthousiast toen hij vernam dat constructeur Vervaet samen met John Deere bezig was met het ontwikkelen van een continu meetsysteem van de aangezogen of geïnjecteerde mest (Manure sensing of NIR-sensor). Als men er dan ook zou in slagen om de mestgift automatisch aan te passen al naargelang de gemeten inhouden en de gewenste N- en P-giftes, is de juiste stap gezet om te komen tot een correcte en betrouwbare bemesting en zal ook de overbemesting een halt kunnen toegeroepen worden. Bovendien kan de landbouwer aardig wat besparen op zijn kunstmestfactuur.

Het fameuze systeem noemt NIR-sensor (NabijInfraRood-sensor) en het is in staat via spectrofotometrie de droge stof, de totale inhoud aan stikstof, fosfor en potas en het volume aan mest continu te meten. Er zit uiteraard wel nog ruis op, nl. een (aanvaardbare) afwijking op van +/- 13 %, maar het betekent in elk geval een enorme stap vooruit naar een juister bemestingspatroon. Reeds bij het opzuigen kan gemeten worden waardoor al een beeld gegeven wordt van de inhoud met onmiddellijke afstelling naar de toediening toe.

Op weg naar een verfijnde en juiste toediening van mest

Loonwerker Werner was een van de pilootloonwerkers waar het systeem verder wordt uitgetest en verfijnd. Ondertussen werkt Werner reeds 1 jaar met het systeem en gelooft hij er rotsvast in. Het vraagt wel een zware investering maar als je dat als loonwerker kan afschrijven en verdelen over de vele ha van de klanten valt dit best mee. Zijn klanten-akkerbouwers zijn best bereid om een kleine meerkost te betalen in ruil voor een juiste en adequate bemesting.

De NIR-sensor is aardig op weg om uit te groeien tot een tool die de landbouwer de mogelijkheid zal bieden om een oordeelkundige bemesting met dierlijke mest uit te voeren.  Een win-win situatie voor landbouw en milieu:  kosten voor nodeloze bijbemesting met kunstmest worden vermeden en er wordt niet aan overbemesting gedaan.
 

Bedieningsscherm voor NIR
Op de  afbeelding zie je een bedieningsscherm voor NIR.