Nitraatresidu in de hand houden na grasland

  • 22 december 2017

Heel wat Kempische melkveehouders maken gebruik van derogatie voor hun bemesting. Dat maakt dat ze extra stalen moeten nemen. Af en toe duiken er problemen op na gescheurd grasland. We spraken daarover met melkveehouder Jan Willems uit Lichtaart en met An Schellekens en Katleen Geerinckx, beiden van de Hooibeekhoeve/Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV).

Jan gebruikt 2 systemen voor zijn graslandvernieuwing. “Het eerste is scheuren na een eerste snede in het voorjaar en nadien maïs zaaien.” Als hij land ruilt met een aardappelteler dan wordt het grasland al iets vroeger op het jaar gescheurd, zonder nog te maaien. Jan introduceerde vorig jaar voederbieten. “In feite zou dat interessant zijn na gras, omdat voederbieten nog lang stikstof opnemen in het najaar. Een nadeel is dat ze op onze zandige bodems meer last hebben van rhizoctonia na gras.” An en Katleen bevestigen dat het LCV bezig is met deze vraag. “Gras en maïs zijn beide waardplanten voor rhizoctonia.”

Nitraatpreventie

Jan zorgt steeds dat hij zo snel mogelijk na de maïsoogst een groenbedekker inzaait met een minimale grondbewerking. “Ik werk dan met een schijveneg, zodat ik niet te veel zuurstof in de grond breng die de afbraak van het organisch materiaal zou bevorderen - zeker in een warm najaar. Ik zaai ook dikker in dan normaal: 40 of zelfs 50 kg zaad in plaats van 25, om snel een dichte zode te bekomen. Ik kies voor gras waar ik veel opname verwacht.” Waar het jaar nadien bieten moeten komen gebruik ik gele mosterd. Die zal dan wel niet te sterk uitgroeien, maar dat is geen waardplant voor aaltjes, zodat de bodem zo gezond mogelijk is om er bieten te zaaien.

An merkt op dat voederbieten nogal eens een bijbemesting krijgen. “Je zou bij bieten na de jeugdgroei een staal kunnen nemen om te zien of je stikstof moet bijbemesten of niet.” Dat heeft Jan nog niet gedaan. Hij gebruikt wel bladvoeding om wat extra kali en magnesium bij te geven. “Ik had dit jaar een perceel maïs dat 53 ton/ha opbracht. Dan heeft het gewas veel opgenomen. Vorig jaar had ik plekken die geen 18 ton/ha opbrachten met dezelfde basisbemesting. Toch vielen de residustalen toen mee, wellicht omdat er al veel stikstof was weggespoeld door de regen. Je hebt dat dan niet zelf in de hand. Op mijn bedrijf zijn de variaties binnen de percelen heel groot. Ik heb zandgronden met hier en daar venige plekken, ‘moergrond’. Wanneer de staalnemer iets meer in veen heeft gestoken dan in zand merk je dat aan de resultaten. Het perceel waar ik die 53 ton van haalde heeft een hoog aandeel veengrond, en daar kwam het residustaal dit jaar op 120 uit. Wie over egale zandgrond beschikt heeft dat probleem niet.”

Grasland in conditie houden

Jan vertelt dat de residustalen op zijn grasland doorgaans heel laag zitten, mede doordat zijn koeien bijna niet buiten komen. “Vorig jaar zat er op een perceel gras-klaver na 6 sneden maar 13 kg stikstof meer in de zone van 0 tot 90 cm. Nochtans was daar 70 m³ rundermengmest op gegaan. Mijn insteek is dat je gras dat alleen gemaaid wordt goed moet bemesten. Vorig jaar kon ik er zelfs half november nog een snede gras van halen en ik ken collega’s die recent (half november) nog maaiden. Ik overweeg om mijn bemestingsplan aan te passen en eind augustus nog wat kunstmest te geven op grasland. Daarmee wil ik het gras gezond houden. Ik wil vermijden dat het met honger de winter in moet, waardoor de kans op vorstschade toeneemt. Daardoor kan je de levensduur van je grasland verlengen en voorkom je dat je het te snel moet scheuren. Als derogatiebedrijf mag ik niet scheuren in het najaar. Mijn buurman heeft zijn paardenweide in oktober gescheurd en opnieuw ingezaaid. Landbouwkundig is dat het beste moment. Milieukundig is dat minder aangewezen, maar zijn gras is wel gelukt. Als het mij niet lukt om nog snel gras in te zaaien na vroeg geoogste maïs, moet ik gras zaaien in het voorjaar. Hier op zandgrond is de kans op mislukken dan groot. Bovendien moet ik het onkruid bestrijden, dus zo goed is dat niet voor het milieu. Daarom zou het nuttig zijn dat we de ruimte krijgen om ons gras dat we willen behouden nog intensief te bemesten met het oog op het najaar.” An maakt de bedenking dat dit niet opgaat voor het eerste jaar, omdat de grasmat dan nog niet voldoende ontwikkeld is, en ook niet voor ouder grasland waarin open plekken veronkruiden.

Vruchtwisseling

Jan zaait al meer dan twintig jaar klaver bij in zijn grasland. “In weides is dat witte klaver, maar in maaipercelen zaai ik ook wat rode klaver bij, om wat hogere opbrengsten te halen in de eerste 2 jaren.” Met hetzelfde doel mengt hij ook altijd wat Italiaans raaigras bij. Hij houdt altijd wat grasklaverpercelen in reserve om zeker te kunnen voldoen aan de minimale oppervlakte waarvoor hij de premie aanvraagt.

“Ik probeer grasland minstens 4 tot 5 jaar te behouden. Nadien komt er 3 tot 4 jaar maïs op.” Omdat hij pas het tweede jaar voederbieten zaait, moet hij de rotatie daarvoor nog wat verfijnen. Hij verwacht dat die zullen blijven, maar moet het systeem om ze te vervoederen nog wat verbeteren.

Goede raad voor collega’s

Op de vraag of hij goede raad heeft voor collega’s reageert Jan dat het zeker zinvol is om mengmest te laten ontleden. Dan weet je welke waarden je opbrengt. Ik zie bij mij de stikstofgehaltes in de mest zakken met de jaren. Ik weet niet waaraan het ligt. Ik zat ooit op 8% stikstof, maar bij de laatste stalen zat ik onder het forfait.” Jan gaat dit voorjaar bekijken hoe de inhoud evolueert met het integreren van voederbieten in het rantsoen. 40 à 50 m³ aan 8% of aan 4,5% maakt een wezenlijk verschil. “Het is belangrijk te weten wat je doet, zeker op maïsland. Meten is nog altijd weten. Aan maïs moet je geen luxeconsumptie geven, want die neemt dat toch niet op. In de loop van juli is het bijna gedaan met de stikstofopname. Je maïsplant is toch niet gebaat met alles wat je in het begin te veel geeft. Je mag schuiven binnen je bedrijf, dus je kan dat beter gebruiken voor je grasland, waar je stikstofarmoede hebt op het einde van het seizoen. Zo vermijd je overschrijdingen van het nitraatresidu en hou je toch je opbrengst in het gras.”