Opvang van drainwater werkt positief!

  • 8 november 2017

De opvolging van het rode MAP-meetpunt op de Logebeek in Zepperen (Sint-Truiden) bracht CVBB-medewerker Kris Dhaese (rechts op de foto), werkzaam bij pcfruit, in contact met Vic (links op de foto) en Marleen Hannosset –Nicolaï. Dat leidde tot ingrijpende aanpassingen die niet alleen positieve gevolgen hadden voor de waterkwaliteit, maar ook de toekomstvisie van hun fruitbedrijf mee hebben bepaald.

Marleen is actieve bedrijfsleider van het gediversifieerd fruitbedrijf. Vic had een belangrijke functie buiten het familiebedrijf, maar nadat hij enkele jaren geleden op pensioen ging, vraagt het telen van aardbeien, blauwe bessen, kersen en peren ook van hem een groot stuk van zijn tijd. Daar komt volgend jaar verandering in, want hun zonen Franky en Kristof staan klaar om het bedrijf over te nemen.

Rood MAP-meetpunt

“Het map-meetpunt 437950 op de Logebeek kende geregeld overschrijdingen van de 50 mg/L nitraatnorm”, legt Kris Dhaese uit. Door stroomopwaarts nitraatmetingen uit te voeren, stelde hij vast dat drainwater afkomstig van de teelt van aardbeien op goten en stellingen werd afgevoerd naar de beek. Het bedrijf van Marleen en Vic ligt op zowat 1200 meter van het MAP-meetpunt. Op momenten dat er voldoende regenwater viel, werd het drainwater verdund door overig water, afkomstig van de naburige land- en tuinbouwpercelen, maar in droge periodes leidde dit tot pieken aan het MAP-meetpunt. Eén overschrijding van de 50 mg nitraat/L- norm, is voldoende om een MAP-meetpunt rood te kleuren. Vic en Marleen waren zich van geen kwaad bewust. Kris begon hen op de hoogte te houden van de evolutie van de waterkwaliteit in de Logebeek. En zij begonnen na te denken over oplossingen.

Drainwater hergebruiken

“We beslisten om een opvangsysteem aan te leggen”, vertelt Vic. “We zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Omdat dergelijke systemen schaars zijn in de regio, hebben we heel wat installaties bekeken bij Nederlandse collega’s.” Nadien volgde veel overleg met installateurs, maar het basisconcept werkten ze zelf uit. Ze beslisten om de vermeerdering in eigen handen te houden en het trayveld voor aardbeien uit te breiden. De voordelen hiervan zijn dat de planten minder kosten en vooral ook dat ze de planten ‘kennen’. Het water afkomstig van het trayveld loopt via greppels naar een ondergrondse waterput van 30.000 liter. Van daaruit wordt het overgepompt naar een groot nieuw aangelegd waterbassin

“We berekenden dat 1 pomp onvoldoende debiet zou halen bij zware regenbuien”, vertelt Vic. Daarom voorzagen we een extra pomp. Die pompen werken met vlotters. Bij extreem zware regenval treedt de overloop in werking. Op dat moment is de verdunningsfactor groot genoeg om geen nitraatproblemen in de Logebeek te creëren.”

In het bassin wordt ook al het regenwater opgevangen dat op het 1,2 ha grote trayveld terechtkomt. En dat brengt voordelen met zich mee. “We hebben nu voldoende water voor het gieten van de aardbeien en moeten zo goed als geen grondwater meer oppompen. Bovendien hoeven we maar de helft van de meststoffen meer te geven in vergelijking met vroeger.” Zoon Franky, die er even is komen bijzitten, vertelt dat de kersen toekomen met de nutriënten die in het hergebruikte drainwater zitten. Voor de blauwe bessen moeten nog meststoffen worden toegevoegd, vooral om aan te zuren. Voor beide teelten vertrekt vanuit het waterbassin een aparte rechtstreekse aanvoerleiding.

Met een zandfilter naar minder gewasbescherming

Hij vertelt ook nog dat ze nu aan het bekijken zijn om een langzame zandfilter te plaatsen. Die moet aanwezige ziektekiemen uit het water halen, zodat het zonder risico kan hergebruikt worden voor de aardbeienteelt. “We slagen er in om onze aardbeien te telen met een minimum aan gewasbeschermingsmiddelen, en dan nog alleen middelen die toegelaten zijn voor bioteelt.” Het biolabel kunnen ze echter niet verkrijgen, omdat ze  bovengronds in substraat telen en niet in volle grond. Ook de strijd tegen de Aziatische fruitvlieg Drosophila suzukii komt ter sprake. Door de kappen van de kersen en van de blauwe bessen goed gesloten te houden lukt het om dit schadelijke insect buiten te houden.

Buiten toont Vic ons de gesloten kisten waarin preventief al het gevallen kersenfruit en het sorteerafval bewaard wordt. Terecht merkt hij op dat iedere collega-fruitteler op die manier zou moeten werken. Het is een collectieve verantwoordelijkheid om de plaagdruk van de Aziatische fruitvlieg te minimaliseren. Opvallend zijn de keurig onderhouden beplantingen. Langs één van de serres zijn rozen en lavendelstruiken geplant in combinatie met keurig geschoren Buxushaagjes. “De rozen vertellen ons wanneer er druk is van trips”, merkt Vic op. Maar blijkbaar ontsnappen er voldoende nuttigen uit de serres en kappen om de populatie schadelijke insecten ook buiten onder controle te houden.

De toekomst verzekerd

Een positief verhaal, lijkt het. Maar een dergelijke investering kost geld, en Franky voelt zich wat ontgoocheld over de VLIF-steun die ze misliepen: “Ik had toch iets meer steun verwacht van de overheid. We dienden ook een overkapping voor de kersen te financieren en wellicht doordat we onze aanvraag indienden in het najaar was de subsidiepot al op.” Hij vertelt dat ze een bijkomende serre gaan bouwen. De capaciteit van de wateropvang laat dat toe. Ze hopen dat het ondersteuningsdossier voor die nieuwe serre wel rond geraakt. De jonge generatie kan immers starten op een bedrijf waar potentiële negatieve impact op het oppervlaktewater, onder controle kan gehouden worden.