Steeds op zoek naar de best passende groenbedekkers

  • 23 augustus 2017

Vandaag zijn veel landbouwers verplicht om groenbedekkers of een vanggewas uit te zaaien na de hoofdteelt. Melkveehouder en akkerbouwer Mark Bourdeaud’hui uit Horebeke is al jaren een fervent voorstander van groenbedekkers. Hij heeft al heel wat ervaring en kennis opgedaan. Een kennisopbouw die nooit stopt voor deze innoverende landbouwer.

Bodemvruchtbaarheid

Lang vóór alle verplichtingen rond groenbedekkers ontstonden, was Mark al overtuigd van de voordelen: een goed ontwikkelde groenbedekker laat een goede bodemstructuur achter en is een belangrijke bron van humus. Groenbedekkers dragen dus in belangrijke mate bij tot de bodemvruchtbaarheid!

Ondertussen wordt verwacht dat Mark op zijn bedrijf verschillende maatregelen neemt ter verbetering van de  bodem- en waterkwalteit. Niet alleen is zijn bedrijf een ‘focusbedrijf wegens ligging’, hij kiest ook voor groenbedekkers om te voldoen aan de vergroeningseisen van het GLB. Bovendien liggen al zijn percelen in de Vlaamse Ardennen, zodat ook aan de erosiewetgeving moet worden voldaan.

MAP 5

In de Vlaamse Ardennen zijn er heel wat rode MAP-meetpunten. Uit opvolging van het CVBB is gebleken dat de nitraatoverschrijdingen het gevolg zijn van nitraatrijke bronnen die de beek het hele jaar door voeden. Vooral tijdens de zomer leidt dit tot overschrijdingen van de norm aangezien er dan geen verdunning is door regen.  Door de grote belasting van het grondwater met nitraten en de invloed hiervan op het oppervlaktewater, wordt deze regio afgebakend als focusgebied. De overheid vraagt de landbouwers daarom bepaalde maatregelen toe te passen.

Op die manier is het bedrijf van Mark een focusbedrijf met lagere drempelwaarden voor nitraatresidu. Om de risco’s op stikstofverliezen te beperken past Mark verschillende maatregelen toe inzake bemesting en bodembedekking. Gronden blijven niet onbeteeld, maar worden ingezaaid  met  een vanggewas.

Zo zaait hij bv. tussen tarwe en wintergerst nog gele mosterd omdat de wintergerst pas vanaf 15 september kan gezaaid worden. Het ‘focusstatuut’ beperkt hem ook in het uitrijden van de mest na 31 juli. Hij moet bovendien ook zijn drijfmest langer kunnen opslaan na de winter, want niet beteeld akkerland mag pas vanaf 1 maart weer bemest worden.

GLB en bijen

Groenbedekkers die in aanmerking komen voor ecologisch aandachtsgebied (EAG) in het kader van de vergroening, moeten steeds als mengsel aangewend worden en voldoen aan de minimaal opgelegde zaaidichtheid. Bovendien moet Mark de groenbedekking minstens tot 31 januari laten staan (zandleem).

Zijn keuze is weloverwogen en wordt mee bepaald door de bijen. Mark heeft een goede vriend die imker is en wil ook op dat gebied zijn steentje bijdragen. Daarom voegt hij voor het EAG-mengsel zonnebloemen toe. Eén van de redenen van bijensterfte ligt immers bij het gebrek aan voedselaanbod (bloeiende planten) in het najaar. 

Dit jaar koos Mark voor een mengsel met zonnebloemen, haver en phacelia. De phacelia kan eventueel vervangen worden door gele mosterd. Voor een goede start en ontwikkeling kon hij dit jaar een lichte bemesting met runderdrijfmest uitvoeren omdat de zaai nog in juli plaatvond. Vorig jaar had hij het mengsel met de zonnebloemen ook in juli uitgezaaid. De zonnebloemen zijn toen nog volledig in bloei gekomen en hebben zaad gevormd. Daardoor werd hij dit jaar geconfronteerd met zonnebloemenopslag in de aardappelen.
Veel passanten vonden dit mooi en ook de imkers zijn blij, maar boeren stellen zich daar wel vragen bij. Zonnebloemen gezaaid na 20 augustus komen meestal niet meer in bloei omdat de plant gevoelig is voor vorst.

Blad- en koolrapen ziet Mark niet zitten omdat dat ze de houtduiven aantrekken en de populatie doen groeien. Landbouwers vrezen namelijk duivenschade aan hun hoofdteelten. Ook snijrogge vindt hij niet ideaal omdat dit na de winter een stijve grond achterlaat die moeilijk verkruimelt. Japanse haver laat een betere structuur achter.

Erosie

Op paarse percelen – percelen met een zeer grote helling - zaait Mark grasklaver uit met het vooruitzicht om deze te kunnen aanhouden voor de ruwvoedervoorziening. Er wordt altijd gemengd met een grasmengsel. Op rode percelen wordt niet-kerend gewerkt. Mark zaait vooral maïs zonder ploegen, maar ook aardappelen en suikerbieten werden al ploegloos geteeld. Meestal wordt maïs voorafgegaan door een graanteelt met een groenbedekker die gemakkelijk te vernietigen is. Als er niet meer geploegd wordt, wordt er best gekozen voor vorstgevoelige soorten. Liefst geen gras, want teveel resterende grove plantenresten kunnen het zaaien ernstig bemoeilijken. Voor wie niet-kerend werkt, is een zaaimachine met schijven een must. Voor de vernietiging is een schijveneg interessant. De plantenresten worden gesneden waardoor er minder kans is op stroppen.

Innoverend

De zorg van Mark voor zijn bodem, blijkt ook uit zijn interesse voor de Veris scan. Dit voorjaar werd één van zijn percelen gescand om de verschillen in pH, organische stof en geleidbaarheid binnen het perceel in kaart te brengen. Vervolgens werd er plaatsspecifiek bekalkt om overal in het perceel een voldoende hoge pH te realiseren.

Een goede bodemstructuur zorgt voor leven in de bodem, een betere opname van nutriënten en een maximale opbrengst. De groenbedekkers dragen hiertoe bij. Ze zorgen bovendien voor maximale bodembedekking en stikstofopname. Hierdoor verkrijgt men een goed nitraatvangnet met een minimale nutriëntenverlies en dat is juist wat door het huidig mestbeleid in MAP 5 en 6 beoogd wordt.